helpdesk

zaterdag, februari 10, 2007

Celstrekking meten

Vraag:
Hoe meet je celstrekking op een kwantitatieve manier?

Reactie (niveau = allen):
Dit is een vraag m.b.t. het stuk over celstrekking op de website Biohelpdesk (zie link in het menu).

Hoe weet je nu zeker dat een toename in lengte inderdaad celstrekking is geweest en geen celdeling? Daarvoor moet je weten op welke plekken een plant kan groeien door celdeling.

Bij grasachtigen is dat bijvoorbeeld op de overgang van wortels naar stengen, daarom kun je gras maaien en groeit het daarna weer aan. Andere planten hebben op andere plekken deze groeizones (meristeem) en bij de meeste is dat enkel aan de randen van de bladeren en toppen van de stengels. Deze planten kun je vaak ook snoeien, maar dan groeien ze daarna enkel door op knoppen die nog niet uitgelopen waren. Het afgeknipte stuk zelf zal niet meer groeien.

Dit betekent dat je bij de meeste planten de celstrekking goed kwantitatief kunt meten.
* Neem twee punten op de stengel of op het blad waartussen zich verder geen groeizone bevind (dus niet op de top of rand, maar ergens middenin en bij grasachtigen wel hoog genoeg boven de grond).
* Markeer deze op een manier dat het de plant geen schade doet.
* Meet de afstand tussen deze punten en volg de afstand in de loop van de tijd. Alle toename in lengte tussen deze punten is het gevolg van celstrekking.

Bij de experimenten op de universiteit Nijmegen, waar de beschrijving op mijn site op is gebasseerd, hebben we wel steeds de hele lengte van een blad of stengel gemeten, dus daarbij zit mogelijk een kleine toename door echte groei. Deze is gezien de omstandigheden echter verwaarloosbaar t.o.v. de gemeten celstrekking.

Verder kun je celstrekking aantonen door de cellen te bekijken onder een microscoop. Je ziet dan duidelijk dat de cellen langwerpige rechthoeken zijn geworden, veel langer dan bij cellen waar nog geen celstrekking heeft plaatsgevonden.

Geen opmerkingen: