helpdesk

dinsdag, februari 28, 2006

Bladgroen proefje

Vraag:
We hebben een proefje gedaan met bladgroen en papierchromatografie. Daarbij moeten we een aantal vragen beantwoorden. Kunt u ons daarbij helpen?

Reactie (niveau = 4/5 Havo/Vwo):
Hieronder staan de vragen met enkele hints, aangezien ik niet zomaar antwoorden wil voorzeggen voor schoolopdrachten.

Vraag: Waarom mag de rand van het chromatografiepapier niet tegen het glas aankomen wanneer de vloeistof opgezogen wordt?
Denk aan dingen als capilaire werking. Je wil dat de vloeistof alleen door de vezels van het papier heen stroomt, zodat het papier als filter kan dienen. Wat zou er gebeuren als het papier tegen het glas aan komt te hangen?

Vraag:
Waarom moet je het papiertje aan de rand vast pakken tussen duim en wijsvinger?
Je vingers zijn vet. Wat gebeurt er al water in aanraking komt met vet? En wat is dus het probleem als je vingerafdrukken op het midden van het vel maakt?

Vraag: Hoeveel verschillende lagen kun je onderscheiden? (Hebben ze allemaal de zelfde kleur?) Uit hoeveel pigmenten bestaat het bladgroen van spinazie?
Er zijn 4 belangrijke soorten pigmenten in het chlorofyl: zie onder andere info op http://www.trq.nl/school/B4033OT01.php

Daarnaast zijn er nog twee andere herkenbare pigmenten die bij papierchromatografie zichtbaar kunnen worden, maar die zul je waarschijnlijk niet zo snel bij het practicum tegenkomen. Zie hiervoor ook Binas.

Een voorbeeld van de proef met het resultaat is te vinden op: http://www.bioplek.org/techniekkaartenbovenbouw/techniek22bladgroen.html
Hier zie je ook weer de 4 lagen die moeten ontstaan. In de praktijk zijn ze vaak zeer moeilijk te onderscheiden, omdat het papier tussen de lagen in ook iets verkleurd is.
In mijn oude Binas staan de gegevens in tabel 70 en 71, maar die is nog uit 1992 dus de tabelnummers kunnen inmiddels veranderd zijn:
  • In tabel 70A van mijn versie staan alle pigmenten en in welke organismen/planten ze voorkomen.
  • In grafiek 70B staan de absorptiespectra van de vier belangrijkste weergegeven.
  • In tabel 71 staan de meeloopsnelheden van een aantal pigmenten weergegeven (getal = hoogte pigment / hoogte vloeistof)
Chlorofyl-b loopt het langzaamste en is dus onderaan te zien.
Chlorofyl-a loopt iets sneller en is dus als tweede laag te zien.
Violaxanthol is nog sneller, gevolgd door luteïne en alfa- en beta-caroteen.

Door van de gevonden streepjes de meeloopsnelheid te berekenen, kun je dus opzoeken uit welke pigmenten het bladgroen van spinazie bestaat.

Vraag: Waarom zal het ene pigment minder hoog komen dan het andere?
Dit heeft niets te maken met de hoeveelheid bladgroenkorrels in de verschillende blaadjes. Het gaat hier om de soorten pigmenten en dat zijn in alle bladeren van spinazie dezelfde. De hoeveelheid pigment beïnvloedt enkel de zichtbaarheid van de kleur in het laagje: hoe meer chlorofyl-b des te groener de eerste laag. De vraag gaat hier dus om waarom het ene soort pigment verder mee wordt genomen dan het andere? Denk daarbij aan bijvoorbeeld een rivier: wat komt het verste vanaf de bergen: rotsblokken, keien, kiezelstenen, zand of klei. En waarom? Datzelfde geldt voor moleculen: hoe beter ze oplossen in een vloeistof, des te ..... (vul zelf maar aan).

Vraag: Een pigment heeft een bepaalde kleur. Het absorbeert en weerkaatst een deel van het licht. Wat is het voordeel van de plant om verschillende pigmenten te hebben?
Wat betekent het als een pigment een bepaalde kleur heeft? De kleur die je ziet is de kleur die wordt weerkaatst. Alle overige kleuren worden dus geabsorbeerd. Hoe meer kleur er wordt geabsorbeerd, des te meer energie kan er uit het licht worden gehaald. Dus wat is het voordeel van verschillende pigmenten en dus van verschillende kleuren?

Vraag: Zullen alle planten even veel pigmenten hebben? Licht je antwoord toe.
Nee, je kunt dit ook aan de plant zien: niet alle planten hebben dezelfde kleur! Waarom niet? Denk maar eens aan de plaats waar planten groeien: planten die in de volle zon staan hebben vaak lichtere bladeren dan planten die in de schaduw groeien. Waarom zouden deze planten in de schaduw donkergroene bladeren nodig hebben?
Een ander voorbeeld, met een andere verklaring: planten die onder andere planten groeien hebben vaak andere kleuren bladeren dan de plant waaronder ze groeien. Waarom zouden deze planten een andere kleur kiezen? Als er licht door de bovenste planten wordt doorgelaten, welke kleuren zitten daar dan wel in en welke niet meer? Denk aan de absorptie van licht door de pigmenten.... Wat als de plant die eronder groeit precies dezelfde pigmenten zou gebruiken?

Geen opmerkingen: